Tevredenheid en welzijn op de werkvloer

“Nearly all problems of human behavior stem from our failure to ensure the people live in environments that nurture their wellbeing.”

A. Biglan

Tekst Paloma van Moerkerken & Fiona de Vos

 

Geluk op de werkvloer

Tevredenheid en welzijn op de werkvloer krijgen steeds meer aandacht binnen organisaties. Uit onderzoek blijkt namelijk dat tevreden werknemers beter presteren(1). Het loont dus als organisatie om je daar in te verdiepen en in te investeren. Ook blijkt dat mensen harder werken als ze gelukkiger zijn(2). Om tevredenheid en welzijn op de werkvloer te bewerkstelligen, zijn volgens het model van Vischer, drie componenten belangrijk: fysiek comfort, functioneel comfort en psychologisch comfort (figuur 1,(1)). Net als de piramide van Maslow(3) werkt de piramide van onder naar boven. De top kan pas bereikt worden als eerst de lagen eronder zijn verwezenlijkt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Figuur 1: Model van Vischer(1)

 

Fysiek ongemak

De eerste laag, fysiek comfort, gaat over de basisbehoeften van mensen op de werkvloer, zoals veiligheid, hygiëne en toegankelijkheid. In een ruimte waar we fysiek ongemak ervaren zoals kou, lawaai of stank, kunnen we niet werken. Vischer geeft dan ook aan dat er een ondergrens is waaraan voldaan moet zijn om naar een leefbare werkomgeving te gaan. In een werkomgeving waar mensen vaak ziek zijn, zou het dus wellicht kunnen ontbreken aan fysiek comfort. Uit onderzoek blijkt dat mensen vaker ziek zijn in open kantoren dan in privé-kamers of gedeelde kamers(4). Het feit dat mensen sneller ziek worden in open kantoren, zou te maken kunnen hebben met hoger risico op infectie of blootstelling aan stressors zoals geluidsoverlast(4).

Functioneel comfort

Wanneer het fysieke comfort in orde is, moet de werkplek functioneel comfort bieden.  Zo is het belangrijk dat de omgeving aansluit bij de wensen van werknemers als het gaat om juiste belichting, uitzicht, comfortabele meubels en een ruimte waarin je privé kan bellen. Zo blijkt uit onderzoek dat mensen het prettiger vinden om uitzicht te hebben op natuur en lucht, dan op andere gebouwen(5).

Mensen die naar een blauw scherm keken hadden creatievere ideeën dan mensen die naar een rood scherm keken.

Kleuren

Een ander voorbeeld van functioneel comfort is het gebruik van kleuren. Hoewel in de psychologie er weinig met zekerheid gezegd kan worden over het effect van kleuren op het gedrag van mensen zijn er wel een paar tips te geven. Zo is een rode concentratie ruimte of werkomgeving is niet aan te raden. Uit een onderzoek naar kleur, waarin onderscheid werd gemaakt tussen mensen die snel afgeleid zijn door prikkels van buitenaf ten opzichte van mensen die niet snel zijn afgeleid, kwam naar voren dat mensen die snel afgeleid raken meer fouten maakten in de rode kamer dan mensen die niet snel raken afgeleid. De kleur van werkruimtes heeft dus een ander effect op verschillende mensen(7)

Een onderzoek naar het verschil in waardering van kamers in verschillende kleuren laat zien dat een rode kamer als iets prettiger werd ervaren dan een blauwe. Er was ook hier wel een hogere arousal in de rode kamer dan in de blauwe kamer, en de laagste in de zwart-witte kamer. Een teken van arousal was dat mensen sneller lazen, maar ook meer fouten maakten(6). Weer een ander onderzoek toonde aan dat mensen die naar een blauw scherm keken creatievere ideeën hadden dan mensen die naar een rood scherm keken(8). Het is wel de vraag of dit effect ook zo zou zijn als de kamers blauw versus rood zouden zijn in plaats van de schermen. Rood lijkt dus niet de meest geschikte kleur in een werkomgeving, het verhoogt de arousal, zorgt dat mensen mogelijk meer fouten maken of minder creatief zijn dan ze zouden kunnen zijn.

 

Mensen die zich gewaardeerd voelen op hun werk, blijven langer werken bij dezelfde werkgever.

Psychologisch comfort

Als zowel aan het fysieke als aan het functionele comfort is voldaan, kunnen mensen streven naar psychologisch comfort. Dit gaat bijvoorbeeld over het gevoel van controle, ownership, welzijn en thuishoren in de werkomgeving(1). Dit kun je o.a. bevorderen door er voor te zorgen dat mensen zich gewaardeerd voelen. Mensen die zich gewaardeerd voelen op hun werk, blijven langer werken bij dezelfde werkgever, omdat zich meer verbonden voelen met de organisatie(9). Een manier om betrokkenheid te vergroten zou bijvoorbeeld kunnen door medewerkers de ruimte te geven om hun werkplek te personaliseren of zelfs vorm te geven. In een onderzoek waarin medewerkers van 55+ aangaven dat ze zich gewaardeerd voelden, gaven ze daarnaast ook aan dat ze positiever waren over andere sociale interacties op de werkvloer(10).

Waardering en een goed humeur

Naast waardering loont het ook om te zorgen dat medewerkers een goed humeur hebben. Uit onderzoek blijkt dat mensen die een goed humeur hebben, een beter gevoel van welzijn hebben en daarmee beter omgaan met andere mensen (socialer zijn), effectiever redeneren en gezonder zijn(11).

Mensen die heel mindful hun werk doen scoorden ook hoger op job performance.

Controle en mindfulness

Ook vinden mensen het belangrijk om (het gevoel van) controle te hebben. Zo geven mensen er de voorkeur aan om zelf de zonwering te kunnen bedienen, als het licht te fel wordt, en willen ze kunstmatig licht zelf kunnen instellen(5). Een ander aspect dat goed zou kunnen zijn voor psychologisch comfort is meditatie of mindfulness. Uit een onderzoek van Dane en Brummel(12) bleek dat mensen die heel mindful hun werk doen (gemeten door middel van een vragenlijst) ook hoger scoorden op job performance. Meditatietrainingen en ruimtes op het werk die dat mogelijk maken, zouden dus mogelijk werknemers kunnen helpen bij het concentreren.

 

Wanneer mensen langer dan 6 uur zitten op een dag, liggen de sterftecijfers bij vrouwen gemiddeld 40% en bij mannen gemiddeld 20% hoger dan bij mensen die minder dan 3 uur per dag zitten.

Gezond eten en bewegen

We werken niet alleen op kantoor, maar we lunchen er vaak ook. Door gezond eten te bevorderen bevorder je ook de gezondheid van je medewerkers. Gezond eten op kantoor krijgt daarom gelukkig ook steeds meer aandacht.

Zo proberen we gezonde eetgewoontes op kantoor zelfs te sturen (nudging). Denk bijvoorbeeld aan informatie over calorieën, het aanbieden van kleinere porties, door het gezonde eten toegankelijker te maken of door meer gezonde opties aan te bieden in snoepautomaten. Men verwacht dat dit bijdraagt aan gezonder eetgedrag van werknemers en daardoor een vermindering van overgewicht, maar dat moet het onderzoek nog uitwijzen(13).

Naast slecht eten blijkt langdurig zitten zo mogelijk nog ongezonder. Medewerkers in beweging krijgen is dus noodzaak. Het blijkt dat wanneer mensen langer dan 6 uur zitten op een dag, de sterftecijfers bij vrouwen gemiddeld 40% en bij mannen gemiddeld 20% hoger liggen dan bij mensen die minder dan 3 uur per dag zitten. Dit was zelfs onafhankelijk van hoeveel mensen aan fysieke activiteiten deden(14). Het is dus van groot belang dat mensen op hun werk meer gaan bewegen en minder zitten. Hiervoor zijn al oplossingen zoals hoge tafels waaraan men af en toe staand kan werken, of een perchingstoel stoel die tussen staan en zitten in zit (zie figuur 2)(15).

 

 

 

Figuur 2: ‘Perchingstoel’ (15).

Hoewel het stimuleren van gezond eten en bewegen tot nu toe vooral wordt gedaan in vooruitstrevende organisaties en bedrijven, zal het uiteindelijk hopelijk op elke werkplek worden opgepakt en gezien worden als een must om goed te kunnen werken. Dan zouden deze twee aspecten niet meer als psychologisch comfort, maar als fysiek comfort kunnen worden gezien. Om tevreden medewerkers te krijgen zijn er een flink aantal knoppen waar we aan kunnen draaien. Niet alleen een juiste fysieke en functionele omgeving, zoals goed kleurgebruik, of een prettig uitzicht, maar ook een goed psychologisch comfort, zoals het gevoel van controle en het zich thuisvoelen in de werkomgeving is belangrijk. Aan alle drie de componenten moet zijn voldaan tevredenheid en welzijn op de werkvloer(1) te bereiken.

Referenties

  1. Vischer, J. C. (2008). Towards an environmental psychology of workspace: how people are affected by environments for work. Architectural science review, 51(2), 97-108.
  2. Oswald, A. J., Proto, E., & Sgroi, D. (2015). Happiness and productivity. Journal of Labor Economics, 33(4), 789-822.
  3. Kenrick, D. T., Griskevicius, V., Neuberg, S. L., & Schaller, M. (2010). Renovating the pyramid of needs: Contemporary extensions built upon ancient foundations. Perspectives on psychological science, 5(3), 292-314.
  4. Bodin Danielsson, C., Chungkham, H. S., Wulff, C., & Westerlund, H. (2014). Office design’s impact on sick leave rates. Ergonomics, 57(2), 139-147.
  5. Hellinga, H., & Hordijk, T. (2008). Preferences of office workers regarding the lighting and view out of their office. In SOLG Symposium Light, Performance and Quality of Life (pp. 26-29).
  6. Küller, R., Mikellides, B., & Janssens, J. (2009). Color, arousal, and performance—A comparison of three experiments. Color Research & Application, 34(2), 141-152.
  7. Kwallek, N., Soon, K., & Lewis, C. M. (2007). Work week productivity, visual complexity, and individual environmental sensitivity in three offices of different color interiors. Color Research & Application, 32(2), 130-143.
  8. Mehta, R., & Zhu, R. J. (2009). Blue or red? Exploring the effect of color on cognitive task performances. Science, 323(5918), 1226-1229.
  9. Armstrong‐Stassen, M., & Schlosser, F. (2011). Perceived organizational membership and the retention of older workers. Journal of Organizational Behavior, 32(2), 319-344.
  10. Ng, E. S., & Law, A. (2014). Keeping up! Older workers’ adaptation in the workplace after age 55. Canadian Journal on Aging/La revue canadienne du vieillissement, 33(1), 1-14.
  11. Grawitch, M. J., Munz, D. C., Elliott, E. K., & Mathis, A. (2003). Promoting creativity in temporary problem-solving groups: The effects of positive mood and autonomy in problem definition on idea-generating performance. Group dynamics: Theory, research, and practice, 7(3), 200.
  12. Dane, E., & Brummel, B. J. (2014). Examining workplace mindfulness and its relations to job performance and turnover intention. Human Relations, 67(1), 105-128.
  13. Vasiljevic, M., Cartwright, E., Pechey, R., Hollands, G. J., Couturier, D. L., Jebb, S. A., & Marteau, T. M. (2017). Physical micro-environment interventions for healthier eating in the workplace: protocol for a stepped wedge randomised controlled pilot trial. Pilot and feasibility studies, 3(1), 27.
  14. Patel, A. V., Bernstein, L., Deka, A., Feigelson, H. S., Campbell, P. T., Gapstur, S. M., … & Thun, M. J. (2010). Leisure time spent sitting in relation to total mortality in a prospective cohort of US adults. American journal of epidemiology, 172(4), 419-429.
  15. Le, P., & Marras, W. S. (2016). Evaluating the low back biomechanics of three different office workstations: seated, standing, and perching. Applied ergonomics, 56, 170-178.